Financiële risico's
De financiële risico’s waaraan Draka blootgesteld is, zijn als volgt:
- Tegenpartijkredietrisico
- Debiteurenrisico
- Valutarisico
- Renterisico
- Liquiditeitsrisico
- (Metaal)prijsrisico
In dit onderdeel wordt informatie verschaft over de blootstelling van de
Groep aan elk van de hierboven genoemde risico’s, de doelstellingen, grondslagen
en procedures van de Groep voor het beheren en meten van deze risico’s alsmede
het kapitaalbeheer van de Groep. Daarnaast is in deze hele geconsolideerde
jaarrekening nadere kwantitatieve informatieverschaffing terug te vinden. De
Raad van Bestuur heeft de eindverantwoordelijkheid voor de inrichting van en het
toezicht op het risicobeheer en controlesysteem van de Groep. Risicobeheer vormt
een integraal onderdeel van de bedrijfsvoering.
De Raad van Bestuur heeft een groepsbreed op risico gebaseerd intern
controlesysteem
geïmplementeerd, dat is goedgekeurd door de Raad van Commissarissen. De
beheersing van de risico’s die voortvloeien uit het gebruik van financiële
instrumenten en die sterk samenhangen met de activiteiten van de Groep wordt
verzorgd door de operationele groepsentiteiten binnen het door de Raad van
Bestuur vastgestelde beleid. De risico’s worden geconsolideerd en verminderd
door transacties met externe partijen. Deze transacties worden uitgevoerd door
centrale groepsfuncties, zoals de treasury afdeling van de Groep en de afdeling
Corporate Procurement.
Het risicobeleid van de Groep heeft als doel de risico’s waarmee de Groep zich
geconfronteerd ziet in kaart te brengen en te analyseren, passende
risicolimieten en -controles te bepalen en de risico’s en naleving van de
limieten te bewaken om zo de potentiële nadelige effecten op de financiële
resultaten van de Groep tot een minimum te beperken. Beleid en systemen voor
risicobeheer worden regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast aan
veranderingen in de marktomstandigheden en de activiteiten van de Groep en aan
verbetering van het risicobeheersysteem. De Groep wil behalve door opleiding en
scholing aan de hand van beheersnormen en -procedures een gedisciplineerd en
constructief klimaat ontwikkelen waarin alle werknemers doordrongen zijn van hun
rol en verplichtingen.
Het Audit & Governance Committee ziet toe op de bewaking door het management van
de naleving van het risicobeheerbeleid en de -procedures en buigt zich over de
toereikendheid van het beleid en de procedures voor risicobeheersing in relatie
tot de risico’s waarmee de Groep zich geconfronteerd ziet. De commissie wordt in
haar toezichtfunctie bijgestaan door de afdeling Operational Audit die aan het
begin van 2007 is opgericht. Deze afdeling evalueert systematisch de
effectiviteit van het interne controlesysteem op de diverse lagen van de Groep
en brengt over de uitkomsten verslag uit aan de Raad van Bestuur, de Audit &
Governance Committee en, in voorkomende gevallen, aan de Raad van Commissarissen.
(a) Kredietrisico
Kredietrisico is het risico van financieel verlies voor de Groep indien een afnemer of tegenpartij van een financieel instrument de aangegane contractuele verplichtingen niet nakomt.Handelsvorderingen
De blootstelling aan kredietrisico van de Groep houdt voornamelijk verband met de handelsvorderingen. Handelsvorderingen besloegen in 2009 circa 19,6% van het balanstotaal (2008: 20,8%), met een gemiddelde betalingstermijn van circa 55 dagen (2008: 46 dagen). Deze relatief lange periode valt te verklaren door de activiteiten van de Groep in Azië en Zuid-Europa, waar lange betalingstermijnen gangbaar zijn.Het kredietrisico op handelsvorderingen wordt met alert en actief beleid beheerst en verminderd. De belangrijkste methode is de verzekering van de handelsvorderingen bij een verzekeringsmaatschappij met een ‘A-‘-rating. Het management van de vennootschap heeft besloten tot verzekering van de kredietrisicopositie (inclusief politiek risico) op handelsvorderingen. In het algemeen wordt voor iedere afnemer met geschatte uitstaande vorderingen van meer dan € 5.000 (of het equivalent daarvan) een limiet gevraagd bij de verzekeringsmaatschappij. Volgens afspraak met de verzekeringsmaatschappij vallen bepaalde klanten, overheden of daaraan verwante instellingen, waarbij het risico op wanbetaling nihil is, buiten de verzekering. Onderdeel van de dekking is tevens dat Draka toegang heeft tot een database met het kredietrisico van iedere klant. Hierdoor kunnen alle bedrijfsonderdelen aan de hand van de verzekeringslimieten het risico van de vorderingen bewaken. Handelsvorderingen die de door de verzekeringsmaatschappij opgelegde limieten overschrijden, worden periodiek geëvalueerd door het management van het bedrijfsonderdeel en door Financial Control. Indien de vorderingen meer dan 90 dagen vervallen zijn, worden ze door de verzekeringsmaatschappij overgenomen; 180 dagen na de originele vervaldatum – of onmiddellijk als wordt vastgesteld dat de wanbetaling niet terugvorderbaar is – ontvangt de vennootschap een uitkering uit hoofde van de verzekeringspolis. De verzekeringsdekking is 90% voor het risico van wanbetaling en 95% voor politiek risico. De maximale uitkering op jaarbasis beloopt € 30 miljoen.
Uitgesloten van verzekering zijn handelsvorderingen die dateren uit perioden voordat de verzekering
inging. Daarnaast vallen nog niet alle landen onder de verzekering. Het kredietrisico op deze vorderingen wordt continu bewaakt en alle klanten die boven een bepaald bedrag krediet wensen, worden onderworpen aan kredietbeoordelingen en goedkeuringsprocedures.
Op 31 december 2009 is een bedrag van € 158,4 miljoen (50,9% van de totale handelsdebiteuren) onderhevig aan kredietrisico (2008: € 143,2 miljoen; 40,4%). Hiervan heeft € 65,0 miljoen (2008: € 54,6 miljoen) betrekking op debiteuren waarvan de kredietlimiet aanvraag nog niet is verwerkt of is afgewezen door de verzekeringsmaatschappij en € 93,4 miljoen (2008: € 88,6 miljoen) heeft betrekking op debiteuren in landen waar het kredietverzekeringsprogramma nog niet is geïmplementeerd of waar de verzekeraar geen licentie heeft.
Vaste financiële activa
De blootstelling aan kredietrisico op de vaste financiële activa wordt continu bewaakt door financiëleverslagen, kredietrapporten en andere beschikbare externe informatie te evalueren.
Liquide middelen en rekening-courant banken
Gezien de acceptabele kredietwaardigheid van de banken en tegenpartijen met betrekking tot derivaten, is de vennootschap van mening dat haar kredietrisico beperkt is.Garanties
Ultimo 2009 stonden er geen garanties uit (2008: nihil).(b) Liquiditeitsrisico
Het liquiditeitsrisico is het risico dat de Groep niet op het gewenste moment aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Zorgvuldig beheer van het liquiditeitsrisico brengt met zich mee dat de vennootschap voldoende liquide middelen en rekening-courant banken aanhoudt, en dat via een toereikend bedrag aan toegezegde kredietfaciliteiten financiering voorhanden is. Het streven is om de schulden gecontroleerd en geleidelijk te laten vervallen zodat het herfinancieringsrisico tot het minimum wordt beperkt. Verder wil het management het operationele werkkapitaal (definities: voorraden plus handelsvorderingen min handelsschulden) stabiliseren op 16 à 18% van de omzet om zo de vrije kasstroom te beheersen. Het management maakt bij de beheersing van de liquiditeitspositie gebruik van schattingen van de kasstromen.Binnen het liquiditeitenbeheersysteem wordt verder de nadruk gelegd op de dekking van de potentiële
groei en de naleving van schuldconvenanten, zowel financieel als niet-financieel.
De Groep kan beschikken over de volgende kredietfaciliteiten:
- Een doorlopend multi-currency kredietfaciliteit van € 675 miljoen voor algemene bedrijfsdoeleinden en de uitvoering van de Groepsstrategie. De oorspronkelijke kredietfaciliteit van € 625 miljoen, afgesloten in december 2007, is per februari 2008 verhoogd met € 50 miljoen. Voor de financiering van het werkkapitaal stond de Groep € 38,8 aan kortlopende bankkredieten ter
beschikking. Daarnaast beschikken de lokale dochtermaatschappijen van de Groep over rekening-courantkredieten ten bedrage van € 38,6 miljoen die door lokale banken zijn verstrekt.
Voor het multi-currency krediet geldt een rente die bestaat uit de van
toepassing zijnde interbancaire
rente plus een opslag van 95 basispunten (gebaseerd op de situatie per 31
december 2009). Deze marges zijn variabel en houden verband met de netto niet
achtergestelde schuld gedeeld door EBITDA. Voor het niet-gebruikte deel van de
faciliteit is op jaarbasis een bereidstellingsprovisie van 35% van de van
toepassing zijnde marge verschuldigd.
Op de kredietfaciliteit zijn financiële voorwaarden van toepassing en
voorwaarden met betrekking tot
eventuele eigendomswijzigingen in belangrijke onderdelen van de Groep.
De volgende overeenkomsten zijn van toepassing:
- Leverage ratio < 3,5
- Interest coverage ratio > 3,5
- Solvabiliteit > 30%
De leverage ratio wordt berekend als de netto schuldpositie gedeeld door de
EBITDA (winst voor rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie, op 12
maanden voortschrijdende basis), gebaseerd op de nettoschuld en EBITDA
definities onderling overeengekomen met de groep van banken. De interest
coverage ratio wordt berekend als de EBITDA gedeeld door de rentelasten.
Solvabiliteit wordt berekend als de garantiekapitaal gedeeld door het
balanstotaal. De gehanteerde definities, zoals overeengekomen met de banken
hebben een aantal aanpassingen ondergaan.
In 2008 en 2009 voldeed de Groep aan alle voorwaarden.
(c) Marktrisico
Marktrisico betreft het risico dat de inkomsten van de Groep of de waarde van de beleggingen in financiële instrumenten nadelig worden beïnvloed door veranderingen in marktprijzen, zoals valutakoersen, de rente, goederenovereenkomsten en aandelenkoersen. Het beheer van het marktrisico heeft tot doel om de marktrisicopositie binnen aanvaardbare grenzen te houden bij een optimaal rendement.(I) Valutarisico
De Groep is internationaal actief en staat derhalve bloot aan valutarisico’s in verband met diverse valutaposities.Het valutarisico vloeit voort uit netto-investeringen in buitenlandse activiteiten en uit monetaire financiële instrumenten en geschatte aan- en verkopen die luiden in een andere munt dan de functionele valuta van de entiteiten van de Groep, met name de euro (€), het Britse pond (GBP) en de Amerikaanse dollar (USD). De betreffende transacties luiden voornamelijk in euro, GBP en USD.
De investeringen van de Groep in dochtermaatschappijen met een andere functionele valuta dan de euro worden in principe niet afgedekt, tenzij de in- en uitstromen van deze investeringen naar het oordeel van de Groep een onacceptabel effect hebben op de liquiditeitspositie omdat de betalingen uit hoofde van leningen en eigen vermogen hoofdzakelijk in euro’s luiden.
Het management heeft beleid ontwikkeld waarin van de groepmaatschappijen wordt verwacht dat zij
hun eigen valutarisico ten opzichte van de door hen gehanteerde functionele valuta beheersen. Van de groepsmaatschappijen wordt verwacht dat zij de volledige valutapositie in liquiditeiten, handelsvorderingen en handelsschulden die in een buitenlandse valuta luiden, afdekken. Bij ontvangst van verkooporders dekt de Groep tevens de verwachte buitenlandse valutapositie met betrekking tot verwachte verkopen en inkopen af. Ter beheersing van het valutarisico dat voortvloeit uit toekomstige zakelijke transacties en verantwoorde monetaire financiële instrumenten maken entiteiten in de Groep gebruik van termijncontracten met de treasury afdeling van de Groep.
Wat betreft monetaire activa en verplichtingen die in andere valuta’s dan de euro worden aangehouden, zorgt de Groep ervoor dat het nettorisico op een aanvaardbaar niveau blijft, door zonodig vreemde valuta’s tegen contantkoers aan te kopen of te verkopen om kortdurende onevenwichtigheden op te heffen.
De treasury afdeling van de Groep consolideert het valutarisico van de Groep en sluit termijncontracten met derden om zeker te stellen dat de positie van de Groep per valuta binnen de door de Raad van Bestuur goedgekeurde limieten wordt gehouden. Voor de afdekking van het vreemde valutarisico wordt gebruik gemaakt van valutatermijncontracten. De meeste valutatermijncontracten hebben looptijden van minder dan een jaar na balansdatum. Indien nodig worden de valutatermijncontracten op de afloopdatum verlengd.
Hoewel bepaalde externe termijncontracten als economische afdekking fungeren voor de valutapositie
van de Groep bij toekomstige in buitenlandse valuta’s luidende transacties, wordt op deze instrumenten geen hedge-accounting toegepast. Alle veranderingen in de reële waarde op deze instrumenten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord.
(II) Renterisico
Het beleid van de Groep is erop gericht te waarborgen dat langdurige verplichtingen niet worden blootgesteld aan rentewijzigingen. Kortlopende verplichtingen zijn in principe gebaseerd op een variabele rente. Om de rentepositie op langdurige verplichtingen te verlagen sluit de Groep derivatenovereenkomsten af zoals renteswaps en opties. De Groep streeft ernaar om de verhouding tussen schulden met vaste en schulden met variabele rentevoet te houden tussen 60:40 en 80:20.(III) Prijsrisico
In het productieproces van de vennootschap wordt gebruik gemaakt van grondstoffen als koper, glasvezel preforms, aluminium, pvc en andere polymeren. Deze grondstoffen beslaan circa 70% van de totale bedrijfslasten. De Groep heeft vooral te maken met bewegingen in de koperprijs. Koperprijzen hebben zich zeer wisselvallig ontwikkeld. Een verandering in de prijs van deze grondstoffen kan de operationele marge van de Groep veranderen en effect hebben op de werkkapitaalbehoeften. Het risico van koperprijsfluctuaties kan het bedrijfsresultaat beïnvloeden.Om deze risico’s tot een aanvaardbaar, door de Raad van Bestuur bepaald niveau terug te dringen,
waarbij rekening wordt gehouden met de commerciële structuren voor prijsbepaling die van toepassing zijn op de afzonderlijke bedrijfsonderdelen, gaat de Groep derivatenovereenkomsten aan op de London Metal Exchange (‘LME’). Op 31 december 2009 bedroeg de reële waarde van deze derivaten een vordering van € 9,5 miljoen (2008: verplichting van € 28,6 miljoen).
De Groep gaat geen materiële goederenovereenkomsten aan behalve die nodig zijn voor de verwachte verbruiks- en verkoopbehoeften van de Groep.
(IV) Overig marktrisico
Het aandelenkoersrisico ontstaat in verband met de voor verkoop beschikbare aandelen die worden aangehouden in verband met de toegezegd-pensioenverplichtingen van de Groep. Deze middelen worden beheerd door externe pensioenfondsen.
Laatst bijgewerkt
dinsdag, 20 april 2010
(GMT +01:00)